Mantelzorgers


In het TV programma ‘Netwerk’ zei kortgeleden een oudere man die zijn hoogbejaarde moeder verzorgde: ‘Dit kan zo niet langer’. De frustratie was op zijn gezicht gekerfd.

Ik reageer hierop omdat mijn vrouw vandaag 10 weken ‘plat’ ligt. Ze kreeg in de vakantie in Zuid Frankrijk een ernstige hernia en we vlogen terug naar huis. Naast de thuishulp (23 verschillende personen in 25 dagen) moest er ook gegeten worden. Mijn programma stond al vast. Vragen zoals ‘wat doe ik nu, alles afzeggen’? gingen door mijn hoofd. Wil wilde niet dat ik mijn werk zou afzeggen. Vrienden zorgden in de 17 dagen dat ik weg was naar Denemarken en Libanon voor ontbijt en avondeten. Eén van mijn dochters verzorgde de lunch. Toen ik thuiskwam nam ik het weer van deze mantelzorgers over. Wil en ik hebben samen God gedankt voor echte vriendschap. Andere reizen volgden en opnieuw sprongen mantelzorgers in. Zonder deze hulp had ik niet anderen kunnen ‘zegenen met de boodschap van de vrede van God’. Dit zette me aan het denken.

Onze ‘verzorgingstaat’ is eigenlijk niet meer te betalen. In de USA zijn de kerken de belangrijkste vorm van sociale dienstverlening. Het ziet er naar uit dat wij dezelfde kant op gaan. Er zijn echter ook nog tal van mensen die geen relatie meer hebben met een kerk. Wat kunnen we voor hen doen? In veel plaatsen is er een Algemene Hulpdienst. Is dit een mogelijkheid voor een nieuwe vorm van evangelisatie zonder opdringende woorden, door alleen maar te ‘zegenen met je ogen’? Juist chronisch zieke personen hebben al gauw een allergie voor vrome woorden. Als je echter een poos gewoon maar ‘zegenend aanwezig bent’ komen de vragen vanzelf. We hebben in KVV geleerd om in de ‘cultuur van misbruik’ te werken. Dit principe kun je ook gebruiken om ‘zegenend aanwezig te zijn’ en zo naast iemand te staan die mogelijk nooit een kerk van binnen heeft gezien of allergisch is geworden voor kerkelijke (vaak dwingende) structuren. Als er een gelegenheid is om iets over Jezus te vertellen, doe dat dan ook, maar houdt rekening met hun (sub) cultuur.

Ik hoor nu een aantal mensen zuchten: ‘Nog meer verplichtingen’? Nee, wat mij betreft juist minder. We zullen toch in ons overvolle bestaan keuzes moeten maken. Mogelijk kunnen we wat activiteiten laten vallen. Waar zeggen we ‘nee’ tegen zodat we juist ‘ja’ kunnen zeggen tegen wat God wil dat we zullen doen? Kort gezegd: is de roep om vrijwillige mantelzorgers ook een taak waar we ‘zegenend aanwezig kunnen zijn’ en we iets kunnen betekenen voor chronische zieken?

Téo van der Weele