Astrid en haar vader

Iemand heeft eens gezegd: om gelukkig te zijn heb je goede herinneringen en hoop voor de toekomst nodig. Het Evangelie geeft die hoop. Maar wat doe je met een kapot verleden dat niet meer te herstellen lijkt?

Astrid (alle namen in deze rubriek zijn verzonnen) had een kort maar wanhopig verhaal toen ze in mijn spreekkamer zat. Haar vader was alcoholist. Het huwelijk tussen haar vader en moeder was slecht. Toen Astrid zestien was stortte pa zijn hart aan haar uit en vroeg of zij niet een vrouw voor hem kon zijn.

Verbijsterd keek ze hem aan. Ze had z'n sensuele opmerkingen over haar lichaam, de vieze mopjes die hij maakte de vreemde blik in z'n ogen steeds van zich af kunnen schudden. Maar nu sloegen alle stoppen door.

Astrid gaat er vandoor

Geëmotioneerd pakte Astrid haar koffer en vertrok naar een tante. Maar enkele weken later gebeurde iets dramatisch, vader overleed plotseling, ze heeft hem nooit meer terug gezien.

Wat doe je met zo'n herinnering, de woede, de verontwaardiging en verbijstering? Astrid was atheïstisch opgevoed, maar later vond ze de Heer en begon het proces van 'leren vergeven'. Het probleem was dat je de klok niet terug kunt zetten. Vader was overleden, dus er was geen hoop meer op een andere en betere relatie.

Stilte, het beste antwoord

Ik wist zelf niets meer te zeggen na dit verhaal. Er zijn van die momenten waarop stilte het beste antwoord is. Misschien hebben de vrienden van Job dat ook geweten, toen ze zwijgend naast hem zaten. Het is juist in deze momenten dat het zo belangrijk is dat er een manifestatie van de tegenwoordigheid van Jezus komt.

Astrid huilde zacht. Dat was haar rechtmatig verdriet. Ik kon alleen maar bidden. 'Heer openbaar uzelf aan haar' Ik bad zelf ook: 'God, hoe kijkt u hier nu tegenaan'. Toen was het of ik iets van een diep verdriet van God om die vader voelde. Die man had nooit het Evangelie gehoord. Zonder hoop in God had hij geleefd en was hij gestorven.

Een pracht-kerel

Toen vroeg ik: 'Astrid, als jouw vader Jezus had ontmoet en aanvaard en bevrijd was van de duisternis, wat voor een man had hij dan kunnen zijn?' Onmiddellijk kwam er een glimlach om haar ogen en daarna zei ze met tranen: 'Een pracht-kerel, Téo'. Ik vroeg: 'Kun je je voorstellen hoe moeilijk dit ook voor God moet zijn, hoe Hij hem mist?'

Ze keek me recht aan en zei heel zacht: 'Hij heeft ook nooit een kans gehad. Hij was zelf als kind ook seksueel gemolesteerd. ...O, God...' Astrids diepe verdriet brak fel door. 'Er is niets meer te veranderen.' Toch ging Astrid anders weg, want ze had geleerd van Gods standpunt uit te kijken.

Een nieuwe herinnering kwam naast de onuitwisbare ellende: een vader die niet alleen een overtreder was, maar zelf ook slachtoffer. Een man die worstelde, opgaf en onderging. Een man die zo anders had kunnen zijn als...

De wereld zien met Gods oog

Astrid kon dit nieuwe beeld van haar vader krijgen, doordat ze deed wat Paulus zegt in Colossenzen 3: 1; 'Bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.' Dat is: de wereld bekijken vanuit Gods troon. Naast haar verdriet proefde ze zelf iets van het verdriet van God.

Deze 'stereo' beleving van zowel haar eigen als Gods verdriet, heeft nu ruimte gegeven voor een respect, een 'eren' van haar vader voor wat hij had kunnen zijn. Een begrip voor zijn achtergrond en de liefde van God voor haar zelf, gaf haar ook ruimte om zijn falen te verwerken en met nieuwe ogen naar mannen te kijken.

We hebben niet altijd een oplossing voor de 'zwarte bladzijde' in het leven van iemand die hulp zoekt. Toch is een nieuwe kijk op het verleden, vanuit God, een begin van hoop voor de toekomst.

Téo van der Weele