Kinderverdriet
PETER, een vijfjarig jongetje is kwaad. Hij zwaait met een schaar en raakt een oog van een driejarig zusje. Blijvende blindheid is het gevolg. Mieke is 7 en net als haar moeder gek op gezelligheid. Ze is een uurtje alleen thuis en steekt een kaars aan. Moeder komt thuis als de brandweer nog aan het blussen is. Wat gaat er om in een kind?
Hoe kinderen een trauma beleven is moeilijk te bevatten. Uit de praktijk blijkt dat niet alle ernstige voorvallen een blijvend spoor nalaten. Er zijn persoonlijkheids-verschillen. In hetzelfde gezin is het ene kind kapot van wat er gebeurde, de ander trekt zich gewoon de dingen minder aan. Daarnaast is de reactie van de omgeving erg belangrijk. Als er dingen ernstig fout gaan, is het een dubbele ramp als er ook nog verkeerd op gereageerd wordt.
Peter loopt de rest van zijn leven rond met de wetenschap dat hij zijn zus blind stak. Hem werd niets verweten, maar er werd verder ook niets gezegd. Hij bleef met zijn eigen gevoelens van spijt rondlopen. Niemand vroeg er ooit nog naar en hij begon er niet over. Mieke was beter af. Moeder's eerste reactie liet een diepe indruk achter: moeder was zo blij dat er niets met haar meisje gebeurd was. Ook was er in die eerste tijd de steeds weer herhaalde opmerking: 'Wat stom van me om die wiebelende kandelaars te kopen, daar komen ook ongelukken van.'
Trauma of les?
Ouderen vinden het vaak beter om kinderen buiten een traumatisch gebeuren te houden. 'Laten we er maar niet meer over praten, dan vergeten ze het wel...'. Na een ernstig voorval vraagt de omgeving wel aan ouderen hoe het met ze gaat. Maar wat vraag je een kind? Vooral kleine kinderen hebben moeite om gevoelens te uiten. Dat leert een kind juist van ouderen.
Het stilzwijgend laten verlopen van een ernstig voorval is een begrijpelijke, maar niet zo verstandige reactie. Kinderen zien, horen en denken veel meer dan we ons bewust zijn. Ze moeten echter nog leren om met die informatie goed om te gaan. De wijze ouders van Mieke maakten van de brand een les in levenskunst. Dat ging bijna vanzelf, zonder veel nadenken. Het was hun levenshouding die in die crisissituatie maakte dat ze spontaan goed reageerden. We horen vaak hoe God mensen geneest van nare ervaringen. We kunnen echter ook wat leren van ouders en verzorgers die hielpen om nare ervaringen om te zetten in positieve lessen.
Een paar suggesties
1) Kinderen hebben vaak gedachten over waarom er iets fout is gegaan, die niet direct met de werkelijkheid te maken hebben. Kinderen hebben feiten nodig. 'Mamma was even erg onoplettend om zo die schaar bij je te laten liggen, het was zo stom van mij'.
2) De gevoelens van de omgeving werken als een filter op de reacties van het kind. Hoe we met plotselinge schrik omgaan, is voor kinderen een belangrijke les in levenskunst (Spr.3:25).
3) Kinderen moeten leren hun diepere en pijnlijke gevoelens te uiten. Het is niet voldoende als het kan vertellen dat het naar buiten wil of honger heeft. De Psalmen kunnen een bron worden van het bespreken wat er in iemand omgaat. Ook zijn er gedichtenbundels of verhalen, die verzorgers kunnen gebruiken in het beschrijven van situaties en gevoelens.
4) Ik hanteer de vuistregel dat hoe groter de zichtbare schade is, des te meer en langer je aandacht moet geven aan onzichtbare schade. Hoe je ook reageert, een kind heeft snel duidelijke aanwijzingen nodig dat het belangrijker is dan wat dan ook! Regelmatig het tragische gebeuren op verstandige manier naar voren te halen, leert een kind ook in verschillende leeftijdsfasen opnieuw goed te reageren.
5) In die aandacht moeten we de schuldvraag niet verdoezelen. Als je gezag over iemand hebt, ben je ook verantwoordelijk. Soms moet er een minister weg, omdat er onder hem iemand ernstig gefaald heeft. Kinderen kunnen, voordat er een trauma plaats vindt, al leren dat pa en moe ook zo verantwoording nemen. Is het kind te klein om het nu te begrijpen, dan is er alle reden om dat later, bewust te vertellen: 'Mamma lette even niet op en je kreeg een schaar te pakken, die kwam toen in het oog van je zusje. Mamma heeft erg veel verdriet van die onoplettendheid...' Wat doe je echter, als het kind zich schuldig blijft voelen? Een recent onderzoek in Scandinavië geeft aan hoe, ondanks alle argumenten van beroepshelpers, kinderen die een ernstig trauma beleefden, toch een vaag schuldgevoel houden. Wat is dan ons antwoord?
In situaties van een knagend schuldgevoel vind ik het nuttig om over vergeving te praten. Ik zeg dan: 'Al ben je maar voor een heel klein beetje schuldig, dan is nog Jezus voor je zonden gestorven. Hij vergeeft. Soms weten we niet hoeveel we schuldig zijn. We kunnen dan op Hem vertrouwen dat dit er ook verder niet toe doet. Hij vergeeft immers toch alles wat er fout was.' Daarmee bevestig ik niet, dat het kind faalde. Maar ik ga niet eindeloos herhalen dat het er niets aan kon doen. Ook kinderen kunnen al leren dat God genadig is, glimlacht, aanvaardt.
Als ouders kunnen we onze kinderen voorleven wat vergeving is, hoe je vergeving vraagt en geeft. Zo horen kinderen niet alleen het evangelie, maar zien ze het ook! Dit leert hen om ootmoedig verantwoording te nemen voor falen, als ze zelf ouder zijn.
Téo van der Weele
