Oog hebben voor Gods werk
ln het laatste kerstnummer van 'Opwekking' [Kerst 1990 dus, red.], schreef mijn vrouw Wil over 'Bloeien in Ballingschap'. U heeft ongetwijfeld ook de aquarellen gezien, die bij dit artikel waren afgebeeld. Wil is nog maar net een jaar bezig. Toen ik haar vroeg wat ze zelf dacht van deze onverwachte ontwikkeling, antwoordde ze: 'Ik heb altijd al bewust gekeken hoe de dingen er uit zien. Zo weet ik hoe een bloem in elkaar zit, hoe er licht op valt, waar de schaduwen zitten'. lk was op dat moment bezig met de pastorale invulling van de Bergrede. Wils antwoord gaf me een nieuwe kijk op Jezus en zijn aanpak in evangelisatie en pastoraat, zoals we dat lezen in Mattheüs 4 en 5.
In Galilea was men verbaasd over het plotselinge optreden van Jezus van Nazareth, een gewone dorpstimmerman. De wonderen konden toch alleen maar gebeuren, omdat Hij plotseling een profeet van God werd. Men wist niets van de onopgemerkte rijping van Jezus. Als kind begon Hij iets te zien van het plan van de Vader: de komst van het Koninkrijk van God. Hij zal vast wel opgelet hebben en de Anna's en Simeons en hun hunkering naar de kennis van God hebben herkend. Met anderen moet Hij verdriet gehad hebben, om onze wereld en om het gebrek aan barmhartigheid, gerechtigheid en reinheid. Er was immers genoeg ellende: geweld, zonde, ziekte. Ik vraag me af wat er door Jezus heen ging toen Hij opgroeide en iets van de komende krachten van het Koninkrijk ging begrijpen. Wat zal Hij geleden hebben aan het feit dat Hij nog niets mocht doen aan de ellende van de mensen. Een revolutie tegen de Romeinen zou die innerlijke problemen niet kunnen oplossen. Hij begreep dat God de héle wereld liefhad, dat er een nieuwe tijd aanbrak van een Koninkrijk dat in de eerste plaats een 'innerlijk Koninkrijk' zou zijn. Hij zag hoe de Vader al aan het werk was om dit Koninkrijk te bouwen. Net zoals je de stad Jeruzalem al van een afstand zag liggen, zag Jezus de eerste contouren van dit Rijk in de mensen die om hulp vroegen. Hoe moest Hij dan helpen? Eén van de basisprincipes van Jezus was, dat Hij niets kon doen tenzij Hij het de Vader zag doen. De voorbereiding van Jezus bestond vooral in het leren kijken, het zien van het komende Koninkrijk.
Assistenten
Na even alleen werken, zoekt Hij assistenten bij het 'vissen van mensen'. Eerst doet Hij het voor en dan praat Hij erover. In dat licht is de Bergrede een onderdeel van de opleiding van de discipelen. Evenals Jezus krijgen ze les in het kijken en luisteren naar God. Ze moeten oog krijgen voor het Koninkrijk. Jezus legde uit, dat als Hij iemand ontmoette, Hij verder keek dan de buitenkant. Hij zag geen blinden of lammen, maar mensen! 'Ik let op wat de Vader in die persoon doet. Dat is dan mijn aanknopingspunt, daar begin Ik. Kijk maar goed, God is al aan het werk. Het Koninkrijk van God is nabij. Je hoeft niet te wachten tot de Romeinen verjaagd zijn, er is nú al een 'innerlijke wereld' waar God wil heersen. Let op de mensen, die begrijpen hoe weinig we nog van God kennen, 'de armen van geest' en zegen dat gemis, dat is oprechte honger naar God. Degenen die treuren om dit Koninkrijk weten pas echt wat ze nodig hebben, zegen dat verdriet! Troost de zachtmoedigen, die niet opgeven te hopen dat God hen recht zal doen. Hun tijd komt nog. Let op die mensen die bewuste, reine keuzes maken. Zij zullen God zien'.
Uitgebreide les
Waarom gaf Jezus gelijk al bij het begin de training van zijn assistenten deze les op de berg? Als we iets heel uitgebreide nieuws moeten leren is onze reactie al gauw: 'Dat kan ik toch niet, laat de leraar het maar zelf doen...'. Jezus begreep, dat na de indrukwekkende demonstratie van tekenen en wonderen ('Het gerucht van Hem drong door tot in heel Syrië' Mattheüs 4:24), de discipelen alleen nog maar konden zeggen: 'Wie zijn wij , dat wij dat ook zouden kunnen?' De Bergrede helpt hen om tot een positieve zelf-beschouwing te komen. Jezus liet merken hoe Hij hen beoordeelde. Niet het opgewonden karakter van Petrus, de zwakheden van Judas of de twijfel van Thomas, maar wat God al gedaan had in hen stond centraal. Dat waren de aanknopingspunten voor het scholingsplan van de discipelen. 'Als Ik zie wat de Vader doet, weet Ik wat mijn taak is'. Pastorale werkers moeten zichzelf ook regelmatig een spiegel voorhouden, maar dan wel de positieve spiegel van Jezus (1 Corinthiërs 4:3-5). Anders maken gezonde vragen, eigen twijfels, onvermogen om te helpen, of een kritische kanttekening van de omgeving je depressief. De Bergrede laat ons zien dat het ook anders kan. Kom je inzicht te kort? Zegen dan het moment dat je 'arm van geest bent'. Hunker je naar de vervulling van de beloften van Gods Woord, maar je ziet er nog niet zoveel van? Durf dan je verdriet te uiten. Bid: 'Heer, uw Koninkrijk kome!' Ga de momenten eens na, dat je gerechtigheid zocht en koos om niet zwart te betalen of te verdienen. Herinner je de momenten, dat je 'rein van hart' een keuze maakte en staar je niet blind op die andere ogenblikken dat je faalde (Psalm 103:1,2).
Bergrede benadering
Ook voor persoonlijke evangelisatie is de 'Bergrede benadering' van belang. Ik sprak met een prostitué, die kennelijk behoorlijk gevoelig was voor de problemen van anderen. Ze had een 'barmhartigheid' die heel zuiver overkwam. Dat verbaast me nu niet meer. Ik begrijp dat God allang aan het werk is in zijn Schepping (Johannes 1:9). Mogelijk kon ze mijn houding aanvoelen. In ieder geval kwam er, door deze acceptatie, een mogelijkheid om verder te praten over Jezus. Er is ook een manier van evangeliseren die zegt: 'Ik ben er al, kom jij er ook?' Dan sta je tegenover de ander in plaats van naast hem of haar. Soms is er 'machinegeweer evangelisatie'. De keuze is simpel: kom tot Jezus of ga naar de hel. Helaas zeggen er nog wel eens mensen nee tegen het Evangelie, omdat we niet opletten wat God al in die ander gedaan heeft en dat vergeten te zegenen. Dat roept een verzet op, wat wij vaak ten onrechte 'rebellie tegen God' noemen. Hadden we zegenend op het werk van God gelet, dan had er net zo goed openheid kunnen zijn!
Wil je een actieve discipel zijn? Til jezelf dan geen breuk aan de problemen en jaag niet als een herdershond de kudde bij elkaar. Meewerken met wat God al doet is minder zwaar! Jezus straalde rust uit. Oog hebben voor het werk van God en dat zegenen, is een sleutel die op heel wat pastorale problemen past en ze kan ontsluiten.
Teo van der Weele
